Kennismaken
Menu
Sluiten
Gevolgen van krapte op de arbeidsmarkt

Restaurants die een paar dagen per week sluiten, een bakker die noodgedwongen stopt, een ondernemer die een deel van zijn machinepark verkoopt omdat hij geen nieuwe medewerkers kan krijgen, medewerkers die ontslag nemen vanwege de hoge werkdruk en de lange wachtrijen op Schiphol. Zo maar een paar voorbeelden van de gevolgen van de huidige krappe arbeidsmarkt. Hoe anticipeer jij als ondernemer op het vertrek van een medewerker? En wat zijn de gevolgen voor je zakelijke financiering?

Sinds het laatst kwartaal van 2021 is volgens de UWV-spanningsindicator in alle beroepsgroepen sprake van een krappe of zeer krappe arbeidsmarkt. In 2022 verslechterde de situatie verder en is in bijna heel Nederland sprake van een zeer krappe arbeidsmarkt. Vooral in ICT beroepen, de elektronica en verpleegkundigen zijn de tekorten groot, maar ook ingenieurs en machinemonteurs zijn slecht te vinden. Oorzaken van de huidige krapte zijn volgens het CBS:

Daarnaast spelen ook nog andere factoren een rol. Een wijzigende kijk op werk waarbij steeds meer mensen er voor kiezen parttime te werken. Mensen verleiden om meer te gaan werken zou dus ook een deel van de oplossing kunnen zijn. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

Wat doe je nu als je geconfronteerd wordt met niet in te vullen vacatures, werkdruk die alsmaar toeneemt en je dit op korte termijn niet ziet veranderen. Dan moet je keuzes maken waarvan je misschien nooit gedacht had dit te moeten doen. Om deze keuzes gefundeerd te kunnen maken is inzicht belangrijk. Inzicht in de bijdrage/ productiviteit per medewerker maar ook financieel. Welke invloed heeft het niet invullen van de vacature op de omzet? Kan de functie tijdelijk ingevuld worden door iemand in te huren of kan de functie (deels) geautomatiseerd worden? Wat kost het als die machine, bus of kraan de komende tijd stilstaat? Hoe ziet mijn liquiditeitspositie eruit de komende periode?  Kan ik die lasten dragen zonder in de knel te komen? En aan welke knoppen kan ik draaien om mijn (financiële) lasten te verlagen?

We horen steeds vaker dat ondernemers op zoek zijn naar extra financiële ruimte vanwege een tekort aan medewerkers. Als dat is om te investeren in automatisering is dat prima, maar niet altijd is een kredietuitbreiding de juiste oplossing. Je kunt ook denken aan het verlagen van de aflossingsdruk, een algehele herfinanciering of aan verkoop van activa.

Eens sparren welke mogelijkheden er voor jouw zakelijke financiering zijn? Neem contact op met jouw Eijgen adviseur!

Deze kennisblog is geschreven door Eijgen Finance adviseur Tonny van Dijk.

De waardebepaling van een bedrijf

Er zijn meerdere situaties waarbij het van belang is om de bedrijfswaarde te bepalen. Neem als voorbeeld een ondernemer die geen opvolging heeft binnen de familie en zijn bedrijf wil verkopen aan twee personeelsleden. Vaak één van de eerste vragen die op tafel komt: wat is het bedrijf waard? De kopers wordt vaak eerst gevraagd een indicatieve bieding te doen op basis van een informatiememorandum en/of de jaarrekeningen. Een eerste niet-bindend indicatief bod bevat vaak termen als ‘ondernemingswaarde’, ‘waarde van de activiteiten’ en ‘aandelenwaarde’. Deze termen, die regelmatig door elkaar worden gebruikt, kunnen voor verwarring zorgen. Om mis interpretaties te voorkomen worden ze in deze blog verder uitgelegd.

Waarde van de activiteiten en ondernemingswaarde
Dit is de waarde die wordt toegekend aan de activiteiten van de onderneming. Het betreft de verwachte verdiencapaciteit inclusief de voor de activiteiten benodigde bedrijfsgebonden activa. Er wordt geen rekening gehouden met de financieringsstructuur van de onderneming. Dit wordt de waarde van de activiteiten of ook wel ondernemingswaarde genoemd.

De ondernemingswaarde is de uitkomst van een reken exercitie. Er zijn grofweg twee benaderingen om tot een ondernemingswaarde te komen. Methodieken waarbij vooral naar historische cijfers wordt gekeken en methodieken waarbij het draait om toekomstige kasstromen.

Ondernemingswaarde berekenen op basis van historische cijfersBij deze methode wordt vooral naar het verleden gekeken. Het voordeel van deze benadering is dat het snel een eerste indicatie geeft van de ondernemingswaarde. Het nadeel is dat de toekomst van het bedrijf, en daarin is een koper of investeerder toch vooral geïnteresseerd, niet of nauwelijks wordt meegenomen. Enkele voorbeelden om de ondernemerswaarde te berekenen zijn;

Het grote nadeel is dat deze methode geheel wordt gebaseerd op resultaten uit het verleden. Daarnaast is de gebruikte factor discutabel en afhankelijk van het type bedrijf. En net als bij beleggen bieden resultaten uit het verleden geen enkele garantie voor de toekomst. Bovendien wordt niet gekeken naar andere factoren die zeer bepalend kunnen zijn voor de ondernemingswaarde zoals; hoe afhankelijk is de onderneming van de huidige eigenaren en/of zijn er de komende jaren grote investeringen noodzakelijk?

Ondernemingswaarde berekenen op basis van toekomstige kasstromenDeze methodiek voor het berekenen van de ondernemingswaarde kijkt vooral naar het toekomstige verdienvermogen van het bedrijf. Dit wordt de discounted cashflow methode (DCF-methode) genoemd. Het gaat bij de DCF-methode niet om de winst, maar om de huidige en toekomstige kasstromen (cash). Het gaat om het geld dat daadwerkelijk in het bedrijf binnen komt. Daarbij wordt ook gekeken naar toekomstige (vervangings)investeringen, nieuwe producten of bijvoorbeeld het outsourcen van productie. De toekomstige kasstromen die dit oplevert worden vervolgens contant gemaakt tegen een rentevoet bestaande uit een minimale rendementseis en een risico-opslag.

Voor het bepalen van de risico-opslag wordt gekeken naar kwalitatieve factoren die van invloed zijn op de uiteindelijke ondernemingswaarde:

De DCF-methode geeft niet alleen inzicht in de ondernemingswaarde, maar laat ook zien hoe deze ondernemingswaarde kan worden beïnvloed.

Aandelenwaarde
De aandelenwaarde is de uiteindelijke waarde van de aandelen op een specifiek moment in de tijd, vaak 1 januari van enig jaar. Om tot deze aandelenwaarde te komen wordt de ondernemingswaarde vermeerderd met de zelfstandige vruchtdragers en overtollige cash en verminderd met de rentedragende schulden. Ook wel cash en debt free genoemd. Hierbij wordt als referentiekader genomen de balansposities van de onderneming per overnamedatum.

Zelfstandige vruchtdragers
Dit betreffen balansposten op de balans die geen relatie hebben met de operationele activiteiten van de onderneming. Voorbeelden zijn minderheidsdeelnemingen, een pand dat niet ten dienste staat van de onderneming of een lening aan een derde. Van dergelijke balansposten dient afzonderlijk de waarde te worden vastgesteld. Vaak worden zelfstandige vruchtdragers voor de definitieve overname van de balans gehaald, door verkoop of verschuiving naar de persoonlijke holding van de verkoper.

Overtollige cash
Onder overtollige cash wordt verstaan de (liquide) middelen die niet nodig zijn voor de exploitatie van de onderneming omdat er voldoende werkkapitaal beschikbaar is. In de praktijk ontstaat hier nog wel eens verschil van mening tussen de verschillende partijen. Want de vraag is welk niveau van werkkapitaal benodigd is voor de bedrijfsvoering. Daarnaast wijzigt de positie van werkkapitaal door het jaar heen, vooral bij seizoensgebonden activiteiten. Dit is geen absolute wetenschap en het is goed om hier een adviseur bij te betrekken.

Rentedragende schulden
Het uitgangspunt in de meeste overnamevoorstellen is dat de overname op schuldenvrije basis gaat plaatsvinden. Ter illustratie het volgende voorbeeld. Stel een onderneming verkoopt haar bedrijfspand voor EUR 750.000,–. Dit zal niet de uiteindelijk opbrengst zijn die de verkoper ontvangt, want de resterende schuld die op het bedrijfspand rust zal eerst moeten worden afgelost. Zo werkt het ook bij een bedrijfsovername.

Dit kan betekenen dat de financieringsstructuur van een onderneming een significante impact kan hebben op de uiteindelijk te ontvangen prijs voor de aandelen.

Het bepalen van de waarde van een bedrijf is een vak apart. Het is belangrijk om daarvoor tijdig de juiste expertise in te schakelen. Jouw Eijgen adviseur ontzorgd met zijn kennis en kunde in dit vaak emotionele proces.

Deze kennisblog is geschreven door Eijgen Finance adviseur Rudy Groeneveld.

De Interest Coverage Ratio (ICR) nader toegelicht

Veel ondernemers en vastgoedbeleggers zullen er wel eens van gehoord hebben, de interest coverage ratio, afgekort ICR en in het Nederlands: rentedekkingsratio. Wat is het doel van deze ratio en waarom is deze zo belangrijk?

De ICR geeft weer hoe vaak je de rentelasten kunt betalen. De formule is eenvoudig: bedrijfsresultaat/ rentelasten. Banken gebruiken de ICR in hun ratingmodellen, een betere ICR draagt bij aan een betere rating en daarom een hogere kans op een (gunstiger) financiering, waarbij in een volatiele business een hogere uitkomst verwacht zal worden dan bij een meer constante omzet. Een ICR kleiner dan 1 geeft aan dat je de lasten niet kunt voldoen.

Er zijn ook definities die niet het bedrijfsresultaat maar de EBITDA (=afschrijvingen+ rente) hanteren. Het is daarom goed te letten op de exacte definitie in jouw lening-overeenkomst. Als men de EBITDA als uitgangspunt neemt, zal de uitkomst in de regel ook hoger moeten zijn. Als je veel aflost is een ICR niet een hele goede ratio, je kunt dan beter de debt service coverage ratio (DSCR) hanteren. Dit kengetal geeft aan hoe vaak de rente en aflossing betaald kan worden.

Vastgoedfinanciers hanteren een ICR van minimaal 1,25. Dat lijkt laag, maar zij financieren over het algemeen op wat meer constante huurinkomsten. Ook de vastgoedfinanciers hanteren verschillende definities. De één deelt de bruto huuropbrengst door de rente, de ander de netto huuropbrengst, de norm varieert van 1,25 tot 1,5. In de huidige rentemarkt zien we dat de maximale Loan to Values (LTV’ en in het Nederlands schuld ten opzichte van de waarde) niet meer gefinancierd kunnen worden, omdat de ICR de beperkende factor is. Het is dus goed om te weten hoe de verschillende partijen in het speelveld opereren.

Een klein voorbeeld:

Woning, marktwaarde verhuurde staat EUR 260.000 
Huuropbrengsten EUR 14.400 
Max rentelast o.b.v. ICR 1,5 EUR 9.600 (14.400 / 1,5)
Max financiering bij rente 5,5% EUR 174.545 (9.600/ 5,5%)
Loan to Value (LTV) 68% (174.545 / 260.000)

Uit dit voorbeeld blijkt dat je maximaal 68% van de markwaarde in verhuurde staat kunt lenen op basis van de ICR, terwijl de maximale loan te value bij de verschillende vastgoedfinanciers momenteel 80 tot 85% is. Op basis  van een LTV van 80% zou je in bovenstaand voorbeeld EUR 208.000 kunnen lenen. Dat scheelt EUR 33.455.  Als gevolg van de sterk toegenomen rentes is de ICR nu vaker de beperkende factor.

Zoals je leest is de ICR voor zakelijke- en vastgoedfinancieringen een belangrijke indicator. Eens sparren en kijken welke financier het beste bij jouw wensen past? Neem gerust contact op met één van jouw Eijgen adviseurs.

Deze kennisblog is geschreven door Eijgen Finance adviseur Tonny van Dijk.

Het IMK Garantiefonds

Het IMK (Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf) heeft een fonds opgezet dat gaat dienen als garantstelling voor ondernemers die leningen willen aanvragen bij financiers. Zij verwachten hierdoor dat financiers eenvoudiger krediet gaan verstrekken.

Wat houdt het IMK Garantiefonds in?

Het IMK heeft bij zeven private investeerders ieder EUR 250.000,– opgehaald en heeft zelf ook een vergelijkbaar bedrag verstrekt. Er zit nu in totaal EUR 2.000.000,– in het fonds dat dient als garantstelling. De nieuwe constructie wordt gefinancierd met een deel van het tarief dat de financier in rekening brengt bij de ondernemer. Naar verwachting kunnen er dan zo’n 1.000 ondernemers worden geholpen.

Voor wie?

Een grote groep kleine en middelgrote ondernemers in Nederland, de motor van de economie, komt slecht aan financiering zodra dat nodig is. Dit komt grotendeels omdat financiers het begrip ‘levensvatbaarheid’ te beperkt formuleren. Financiers kijken vooral naar de financiën en nemen de ontwikkelingen van de markt waarin de ondernemer opereert nauwelijks meer mee in hun beoordeling. Ook bewezen persoonlijke ontwikkelingen uit het recente verleden van de aanvrager die invloed hebben op de toekomstige continuïteit worden niet of zeer beperkt gewaardeerd.

Ondernemers die volgens de criteria van IMK levensvatbaar zijn, op grond van niet alleen financiële resultaten maar ook op grond van gunstige ontwikkelingen in de markt en de juiste persoonlijkheid van de ondernemer, kunnen rekenen op rugdekking van dit garantiefonds.

De bedoeling is dat financiers met deze garantie meer leningen gaan verstrekken aan het MKB. Daarbij moet niet alleen gekeken worden naar de kille cijfers. De ondernemer moet weer in haar context worden geplaatst. Een situatie net als vroeger waarbij een bankmedewerker zijn ondernemers persoonlijk kende.

Voorbeeld

Een winkelier heeft zich in de coronatijd flink in de schulden moeten steken om te overleven. Sinds de afschaffing van de coronabeperkingen gaat het weer uitstekend met de winkel. De ondernemer draagt als gevolg van Corona wel een extra schuld van EUR 40.000,– met zich mee. Zo staat er nog EUR 20.000,– uit bij een leverancier, heeft hij een TOZO lening gekregen van EUR 10.000,– en zijn er EUR 10.000,– aan uitgestelde belastingen. De ondernemer heeft geprobeerd om een krediet te krijgen bij zijn bank waarmee hij zijn schulden in één keer kan aflossen. Hij kreeg nul op het rekest vanwege twee slechte coronajaren.

Op dit moment gaat het weer goed met de winkel. De ondernemer verwacht nog verder te kunnen groeien doordat concurrenten stoppen en hij in de coronaperiode een online verkoopkanaal heeft opgezet. Deze aspecten neemt het IMK mee in haar beoordeling waardoor deze winkelier wel als levensvatbaar wordt beoordeeld en een financier gebruik kan maken van het garantiefonds.

Loop jij tegen bovenstaande aan en wil je eens sparren of het IMK garantiefonds jou verder kan helpen?
Neem dan contact op met jouw Eijgen adviseur.

Deze kennisblog is geschreven door Eijgen Finance adviseur Rudy Groeneveld.

Invoering van de opkoopbescherming

Nederland heeft al een tijd te maken met een behoorlijke krapte op de woningmarkt. Vooral voor starters is het de laatste jaren moeilijk om aan een betaalbare woning te komen. Zij moeten het in de woningmarkt opnemen tegen doorstromers met eigen geld uit de verkoop van hun oude woning en vastgoedbeleggers die meer kapitaal tot hun beschikking hebben en daarmee starters kunnen overbieden. Het kabinet probeert daarom jaarlijks zo’n 100.000 nieuwe woningen te realiseren om het dringende tekort aan woonruimte tegen te gaan. Ook gemeentes dragen hun steentje bij en zetten vooral maatregelen als de zelfbewoningsplicht, het anti speculatie beding en de opkoopbescherming in. Vooral de invoering van de opkoopbescherming moet starters betere kansen geven op de woningmarkt.

Verschil per gemeente
De maatregelen werden eerst vooral in de grote steden toegepast en de regels verschillen dan ook per gemeente. Zo kan er in sommige gemeentes tot een bepaalde WOZ-waarde niet gekocht worden door beleggers en weer andere gemeenten combineren de opkoopregeling met een anti speculatiebeding of een verbod tot opkopen in bepaalde stadsdelen. In Amsterdam geldt bijvoorbeeld voor nieuwbouw woningen en woningen die middels transformatie zijn gerealiseerd, dat de woning de eerste 4 jaar niet verhuurd mag worden. In de stad Groningen geldt dat woningen met een WOZ-waarde lager dan €305.500 niet opgekocht mogen worden. Woningen boven die WOZ-waarde, welke jaarlijks bijgewerkt wordt op basis van een mogelijke hypotheek met een gemiddeld inkomen, zijn nog wel beschikbaar voor beleggers.

Ondanks het verschil per gemeente is het duidelijk dat zowel het kabinet als gemeenten proberen om opkoping zoveel mogelijk uit te sluiten om vooral starters een eerlijke kans op de woningmarkt te geven. Zoals te zien is op het kaartje hierboven gelden de maatregelen vooral in de randstad en in de grote steden. Het gevolg hiervan is dat beleggers de focus verplaatsen naar gebieden waar de regels nog niet zijn ingevoerd, waardoor ook deze gemeenten actie beginnen te ondernemen.

Duidelijkheid
Vanwege het grote verschil in regelgeving per gebied kan het onduidelijk zijn of de woning die je op het oog hebt nu wel of niet verhuurd mag worden. Onze adviseurs volgen alle regels en ontwikkelingen omtrent vastgoed op de voet. Twijfel je over een bepaald gebied of en woning die je op het oog hebt? Bel dan eens met een Eijgen Finance adviseur in die regio voor duidelijkheid!

Deze kennisblog is geschreven door Eijgen Finance adviseur Thomas Peters.

Excessief lenen vanaf 2023

Er wordt al een tijdje over gesproken, in 2023 lijkt het nu toch echt te gaan gebeuren. Het wetsvoorstel excessief lenen treedt dan in werking. Wanneer je vanuit je BV geld uitleent aan jezelf, je partner, ouders of kinderen, dan is het belangrijk om hier rekening mee te houden. In deze blog vertellen we wat het wetsvoorstel inhoudt en welke consequenties het heeft.

Wat is excessief lenen
Veel DGA’s lenen via de holding geld uit aan zichzelf, bijvoorbeeld voor de financiering van een eigen woning of voor het beleggen in vastgoed. Dit kon tot nu toe onbeperkt en het grote voordeel is dat je een beter rendement op je overtollige liquiditeit creëert en je privé eenvoudiger financiert. De afgelopen jaren is deze manier van financieren om die reden snel gegroeid. De wetgever vindt dat zij hierdoor belasting misloopt omdat veel vermogen verschoven wordt naar privé zonder dat er op dat moment belasting wordt betaald.

Beperkingen
Er ligt op dit moment een voorstel bij de Tweede Kamer om dit zogenaamde excessief lenen vanaf 2023 te beperken. Alle leningen en rekeningcourant verhoudingen, niet zijnde een box 1 woningfinanciering boven de EUR 700.000, – aan een aanmerkelijk belanghouder, inclusief financieringen aan zijn/haar (schoon)ouders of kinderen wordt vanaf dat moment belast als fictief dividend in box 2 tegen een tarief van 26,9%. Waarschijnlijk wordt de peildatum 31 december 2023.

Aandachtspunten
Eind 2023 duurt nog even maar het is goed om hier eens met je adviseur en/of fiscalist over van gedachten te wisselen. Als in je holding nog steeds veel liquiditeit aanwezig is zou je dividend uit kunnen keren waarmee je de lening of RC-verhouding aflost. Daarmee doe je overigens precies waar de wetgever op uit is.  Heb je veel vastgoed in privé gefinancierd door de holding dan kun je overwegen dit vastgoed over te hevelen naar de B.V. Echter, dit kost je in ieder geval 8% overdrachtsbelasting en volgend jaar zelfs 10,1%. Je zou ook kunnen overwegen om de financiering in privé te herfinancieren bij een bank of informal.

Dan nog een laatste aandachtspunt voor als je van plan bent in 2023 of daarna je eigen woning wilt financieren via je holding, dat je in ieder geval een hypotheek vestigt via de notaris. Anders wordt deze geldlening meegeteld in het totale saldo.

Zoals je leest kan deze wijziging aanzienlijke impact hebben als je veel geld vanuit de holding uitleent. Een wetsvoorstel om rekening mee te houden dus! Wil je eens sparren over jouw persoonlijke situatie? Neem dan contact op met jouw Eijgen adviseur.

Deze kennisblog is geschreven door Eijgen Finance adviseur Tonny van Dijk.

Succesvol een financiering aanvragen in een veranderde financieringsmarkt, wat kun je verwachten?

Als je het afgelopen jaar bij je huisbank hebt aangeklopt om een financiering aan te vragen, dan zul je gemerkt hebben dat er nogal wat verandert is sinds de laatste keer dat je ze nodig had. Niet alleen de inrichting van de kantoren is drastisch op de schop gegaan en afgestemd op de moderne tijd, ook intern is de bezem door de kantoren gegaan. Veel zaken zijn gedigitaliseerd, er komt geen persoonlijk contact meer aan te pas. Dit betekent niet alleen dat je minder gemakkelijk een persoonlijk advies krijgt maar ook dat je veel meer mogelijkheden hebt voor het aanvragen van een financiering. Welke partijen zijn er allemaal? Aan welke voorwaarden moet je per partij voldoen? En hoe vergelijk je al die verschillende aanbiedingen goed met elkaar? Ineens zie je door de bomen het bos niet meer.

De route naar een succesvolle financiering
Ook wij merken dat de afstand tussen het MKB en een succesvolle financiering aanvraag de afgelopen jaren steeds groter is geworden. Een standaard aanvraag is online nog wel af te sluiten en voor die aanvragen is het proces aanzienlijk simpeler geworden. Maar een nadeel van digitalisering is dat er ook veel gestandaardiseerd wordt. Ruimte voor maatwerk of een alternatieve oplossing is beperkter. Daar komt bij dat met name in de MKB markt (financieringen < EUR 1.000.000) medewerkers vanuit een gecentraliseerde afdeling werken. Je spreekt niet meer met een medewerker uit jouw werkgebied die jouw situatie kent en een beeld heeft van jouw bedrijf. Dit maakt het moeilijker om jouw specifieke situatie goed over te brengen. Deze medewerker beoordeeld de gegevens die zijn aangeleverd en maakt op basis daarvan een beslissing voor de financiering.

Om de kans op een succesvolle financiering te vergroten is het van belang om goed beslagen ten ijs te komen bij een financier. Met een goede voorbereiding en een goed plan heb je enerzijds meer kans op succes bij het online aanvragen van financiering, omdat je al rekening kunt houden met de standaarden die een financier hanteert. Anderzijds overtuig je een medewerker sneller met een goed plan wanneer er voor jouw situatie maatwerk nodig is.

Hoe gaat dat in zijn werk?

Tegenwoordig wordt er veel meer van jou als ondernemer gevraagd van een financier. De informatieplicht is hoger geworden, administraties moeten op orde zijn en er wordt een duidelijke strategie en visie verwacht. Het is begrijpelijk dat er veel op je afkomt. Een financieel adviseur van Eijgen Finance geeft snel richting. Niet alleen op de weg naar een succesvolle financiering maar ook voor jou als ondernemer. Onze intermediairs hebben jarenlang ervaring en weet wat een financier verlangt en kan dat vervolgens vertalen in een helder plan. Je komt goed beslagen ten ijs bij een financier, met een grotere kans van slagen en het levert ook nog eens minder frustratie op! Daarnaast geeft het jouw als ondernemer structuur en houvast.

Loop jij hier ook tegenaan of kun je wel wat richting gebruiken? Neem dan vrijblijvend contact op met jouw Eijgen adviseur.

Deze kennisblog is geschreven door Eijgen Finance adviseur Rudy Groeneveld.

Rente, een ongrijpbaar begrip?

Wat gaat de rente doen?
Een vraag die we regelmatig krijgen van ondernemers. Nu de Europese Centrale Bank (ECB) per 21 juli de rentes opschroefde is deze vraag meer relevant.  Wat betekent deze verhoging voor jouw zakelijke financiering?  En hoe werkt dat dan? Zes vragen om het begrip rente uit te leggen.

Wat heeft de ECB met mijn zakelijke financiering te maken?
De ECB voert een rentebeleid dat gericht is op een inflatie van circa 2%. Zij stuurt op 2% omdat ze van mening is dat een gematigde groei goed is voor de economie. Zo wordt er normaal geconsumeerd. Een middel om inflatie te sturen is de rente. Een renteverlaging stimuleert de bestedingen van consumenten en bedrijven waardoor de vraag en daardoor de prijs toeneemt. En andersom werkt het ook. Een renteverhoging remt de bestedingen waardoor het aanbod stijgt en de prijs afneemt. Sinds 2011 probeert de ECB de economie in de eurozone door renteverlagingen te stimuleren.

In 2014 was de rente zo laag dat de ECB naar een ander middel greep om de inflatie te bestrijden. Namelijk kwantitatieve verruiming. De ECB startte een aanzienlijk en onder economen niet onomstreden opkoopprogramma van staats- en bedrijfsobligaties. Hierdoor kwam er meer geld in de markt wat de consumptie moest verhogen en de inflatie op peil moest houden. Dit werkte. Echter niet oneindig. Meermaals is besloten het opkoopprogramma af te bouwen, maar in de praktijk is het nooit langjarig gestopt. Tijdens de coronacrisis verruimde de ECB zelfs het opkoopprogramma.

De reden dat de lage rente sinds begin dit jaar aanzienlijk toenam, komt doordat beleggers al rekening hielden met minder opkopen door de ECB, waardoor er minder geld in de markt zou komen. Hierdoor verkrapt het aanbod en stijgt de prijs.  Op 21 juli 2022 verhoogde de ECB haar depositierente (de rente die banken betalen om geld te stallen) van -0,5% naar 0%. Daarnaast verhoogde ze haar herfinancieringsrente van 0 % naar 0,5%. Dit is de rente die banken betalen als ze van de ECB lenen.

Waarom wachtte de ECB zo lang met een renteverhoging?
Omdat het economisch herstel na COVID in de eurozone nog steeds wankel is, wachtte de ECB lang met het verhogen van de rente. In aanvang ging de ECB er vanuit dat de inflatie tijdelijk was. De  oorlog in Oekraïne zorgt ervoor  dat prijzen voor energie en voedsel stijgen.  Ook zijn diverse productieketens als gevolg van de coronacrisis verstoord. Factoren waar de ECB geen invloed op heeft en langer duren dan verwacht. De angst voor inflatie onder bedrijven en consumenten neemt toe, als dit te lang duurt kan dit werkelijkheid worden. Daarom besloot de ECB de rente toch te verhogen. Daarnaast speelt mee dat de verhouding EUR/USD  door een krapper monetair beleid in Amerika verslechterd is. Door deze verslechtering worden geïmporteerde goederen nog duurder en kan de inflatie verder oplopen.

Wat is de impact op mijn zakelijke financiering?
Het is goed om onderscheidt te maken in de verschillende rentemarkten, de geldmarkt voor kortlopende rentes en de kapitaalmarkt voor langlopende rentes (vanaf circ 2 jaar). De rente op je zakelijke kredietfaciliteit wordt kortlopend ingekocht op de geldmarkt. Dit is bijvoorbeeld een variabele of Euribor rente. De rente op je zakelijke geldlening wordt langlopend ingekocht, op de kapitaalmarkt. De 3-maands Euribor nam sinds half juni met 0,5% toe. Voor de lange rente, die wordt gefund op de kapitaalmarkt was de renteverhoging al grotendeels ingeprijsd. Je ziet de kapitaalmarktrentes vanaf midden juni zelfs weer afnemen als gevolg van vrees voor een recessie onder beleggers. De 5 jaars rente bijvoorbeeld daalde al met ongeveer 1%.

Hoe komt mijn tarief tot stand?
De rente op een zakelijke financiering bestaat uit drie componenten; de inkoop, de marge en de liquiditeitsopslag. De grootbanken zijn hierin niet transparant omdat met name de liquiditeitsopslag concurrentiegevoelig is. Deze wordt rechtstreeks gelieerd aan de mate waarop de bank in staat is op de kapitaalmarkt geld aan te trekken.  Hierdoor komt het interne fundingtarief (inkoop + liquiditeitsopslag) van de bank vaak niet overeen met de rentes die je op internet of in het Financieel Dagblad ziet. De liquiditeitsopslagen nemen inmiddels ook toe. Hierdoor is het lastig de tariefsopbouw goed te volgen. Dan heb ik het nog niet over de voortdurende wijzigingen van hoe de bank haar marge op zakelijke geldleningen bepaalt. Als je in een voor de bank niet al te aantrekkelijke sector zit, kan het zo maar zijn dat je, ondanks goede resultaten, een extra risico-opslag betaalt.

Goed verhaal, maar wat gaat de rente doen?
Je ziet dat er veel factoren zijn die van invloed zijn op het tarief. Uit vrees voor een recessie daalt de kapitaalmarktrente de laatste maand, terwijl de economen van de Rabobank de enige zijn die een milde recessie voorspellen.  Weinig economen geven een concrete voorspelling, ABN AMRO deed dat recent wel. Zij verwacht dat de 10-jaarsrente eind 2023 met circa 0,35% is gestegen. Ze geeft ook aan dat deze eerst nog wat kan dalen.

Wat kan ik met de renteverhoging doen?
Kijk wanneer jouw (vaste) rentecontract afloopt. Heb je één zakelijke geldlening waarvan de rente binnenkort afloopt? Of heb je meerdere geldleningen met een gespreide rentevervalkalender? Houd in ieder geval rekening met een stijging van 1,0 tot 1,5% ten opzichte van eerder dan begin dit jaar afgesloten rentecontracten. Let ook op de rente op je zakelijke kredietfaciliteit.

Zit je op dit moment met een renteverhoging of in een offertetraject met de bank? En wil je eens sparren?
Neem gerust contact op met jouw Eijgen Finance adviseur.

Deze kennisblog is geschreven door Eijgen Finance adviseur Tonny van Dijk.

Waarmee kunnen we je helpen?